Blogberichten

HÉ, WAAR BLIJFT MIJN ONDERTITELING?

Vroeg of laat – meestal vroeg 😉 – komt bij elke ouder die ik begeleid het belang van ondertiteling van hun kind ter sprake. Ondertiteling van wat hun kind doet, denkt of voelt. In het begin voelt dat vaak onwennig en gekunsteld aan, maar ga het eens doen en zie hoeveel het brengt!

Wat ik vaak zie is dat ouders verschrikkelijk liefdevol en hard aan het werk zijn, door hun kinderen vragen te stellen (vaak leidend tot onbevredigende antwoorden zoals ‘kweenie’, of ‘gwoon’), uitleg te geven, te adviseren, helpen, naar de zin te maken. Maar wees eens eerlijk, wie staat er dan centraal, jij of je kind? Een retorische vraag. Als kind leer je daarvan dat je super lieve en slimme ouders hebt, maar wat leer je eigenlijk over jezelf…? Als je je kind steeds adviseert of afleidt, blijft het afhankelijk van jou en leert het minder te vertrouwen op zijn* eigen ideeën en veerkracht.

Hoe zet je de ondertiteling aan?

De ondertiteling zet je aan door met volledige aandacht bij je kind te zijn, en zijn initiatieven (wat doet hij, wat denkt hij, wat voelt hij?) te volgen. En er daarna woorden aan te geven. Op je handen zitten, kijken en zeggen wat je ziet… Je leert je kind – zijn talenten, interesses, temperament, energieniveau – heel goed kennen. En je kind voelt: ik mag er zijn, ik doe ertoe, ik ben autonoom, ik heb goede ideeën en mag voelen wat ik voel.

Een paar voorbeelden

Ondertiteling: “jij kijkt veelbetekenend Jeroen, volgens mij heb jij een slimme oplossing gevonden!” Jeroen voelt zich gezien en begrepen, en het draagt bij aan een gevoel van autonomie, positief zelfbeeld en zelfvertrouwen (ja joh, ik heb goede ideeën!)

Ondertiteling: “jij zet de koe in de (playmobil)stal, oh en daar komt het varken.” Maartje voelt zich gezien door haar moeder en leert de woorden koe en varken. Dat is goed voor haar taalontwikkeling. En ze leert haar eigen (spel)initiatieven te benoemen, wat als een uitnodiging werkt voor samenspelen met andere kinderen.

Ondertiteling: “jij bent teleurgesteld dat je niet meteen op de iPad mag”. Robbert krijgt erkenning voor zijn gevoel, voelt zich begrepen en door deze afstemming zal zijn frustratie afnemen. Als Robbert nog jong is, draagt deze ondertiteling bovendien bij aan bewustwording van zijn gevoelens, een voorwaarde om ze te kunnen reguleren.

Ondertiteling: “jij wil me dat nu allemaal meteen laten zien. Leg maar op tafel, ik moet nog even een werktelefoontje plegen, en als dat klaar is, gaan we er lekker voor zitten”. Fleur voelt zich gehoord en gezien, en zal de leiding van haar moeder makkelijker accepteren. Eerst aansluiten (jij wil me laten zien), dan toevoegen (leg nog maar even weg, na het belletje ben ik er voor je) is de formule.

Ondertiteling: “oké, dus jij lust geen patat, Teun, en jij geen pizza, Jolijn!”. Teun en Jolijn leren dat iedereen anders is, en ze leren zich te verplaatsen in anderen. Een hele belangrijke vaardigheid bij samen spelen, werken, en leven.

Wanneer ondertiteling moeilijk kan zijn

Ben je als kind zelf niet gehoord of gezien, dan kan het ondertitelen van en volledig aansluiten bij je kind een lastige opgave zijn. Mogelijk verwacht je daardoor van je kind – al dan niet bewust – dat het jouw wereld binnenstapt in plaats van dat jij de wereld van je kind binnentreedt**. Oefenen in ontspannen spelsituaties helpt, en het besef dat:

  • je kind evenveel over de wereld heeft te vertellen als jij**
  • je evenveel van je kinderen kunt leren als zij van jou**

 

Ondertiteling: brengt een berg, kost een beetje!

* waar ‘zijn’ of ‘hij’ staat, kan ook ‘haar’ of ‘zij’ worden gelezen
** bron: Ingeborg Bosch

Sociale media delen:

Reacties zijn gesloten.